external image groenQuiz1.gifexternal image th_groenQuiz2.gifexternal image illu_muscle_structureaangepast.jpg?t=1268048891
Origo en Insertio
De spieren zijn met pezen verbonden aan het skelet. Als een spier zich samen trekt dan trekt hij dus aan het skelet en beweegt hij het been en daarmee het hele ledemaat.
De bevestigingsplaats bij het ene uiteinde van een spier noemt men de oorsprong of origo van de spier en bij de andere uiteinde de aanhechting of insertio van de spier. (hieronder zie je het op het plaatje aangeven bij de onderarm)
external image 4h197ip-1.jpg?t=1268050616
Spiercontractie en spierinnervatie
Spiercontractie is samentrekking van het spierweefsel.
Als er een spiercontractie is dan is dit altijd een gevolg van een prikkel. Vanuit je hersenen komt er een impuls die door het ruggenmerg en axonen wordt vervoerd naar het motorisch eindplaatje. De motorisch eindplaatjes zitten op de spiervezels, als de motorische eindplaatjes een impuls ontvangen geven deze een prikkel naar de spiervezels om ze samen te laten trekken waardoor de spier gaat bewegen. Het prikkelende van spieren noemt men spierinnervatie.
(Hieronder zie je het schematisch weergegeven)
1 = ruggenmerg
2 = motorisch neuron (cellichaam)
3 = zenuw
4 = axon
5 = axon
6 = motorisch eindplaatje
7 = celkernen (van spiervezels)
8 = spiervezels
9 = spier
10 = pees
11 = beenweefsel



external image synaps_et_spier.jpg

Spiertonus Een spier in ruststand heeft een bepaalde spanningsgraad. Een spanningsgraad wordt ook wel tonus genoemd. De tonus kan gedurende langere of kortere tijd verlaagd of verhoogd zijn.
Is de tonus laag dan spreek je van een
hypotonische spier. De spier is de verslapt, deze spieren voelen dan slap en deegachtig aan.
Is de tonus hoog dan spreek je van een
hypertonische spier. De spier is dan verkrampt, deze spieren voelen hard aan.

Als een spier geprikkeld wordt tot
contractie, maar de bevestigingsplaatsen gefixeerd zijn, bijv. door de weerstanden bij de oorsprong (origo) en aanhechting (insertio) te vergroten, zal er geen beweging plaats vinden. De spier is dan statisch en dan spreek je van een isometrie.
Spiercontracties kunnen ook langzaam en gelijkmatig plaats vinden. Hierdoor zal de verhoging van de
spiertonus minder zijn. De tonus blijft dan gelijk, als de contract erg langzaam en gelijkmatig is dan spreek je van een isotonie.

Angonist
Een
angonist is een hoofdbewerker. Dit is een spier die de hoofdzaak voor een bepaalde beweging zorgt, bijv. het optillen van je arm of been.

Synergist

Een synergist is een samenwerker. Dit is een spier die bijv. de agonist ondersteund.

Antagonist
Een spier kan zichzelf alleen maar samentrekken. Als een spier zichzelf weer wil uitstrekken dan is daar een antagonist voor nodig. Dit is een spier die de tegenovergestelde beweging maakt van een agonist of synergist. Op de onderstaande afbeelding zie je een arm met de spieren van de bovenarm. In deze afbeelding zijn de biceps ontspannen en de triceps gespannen, oftewel; de biceps (angonist) zijn uitgerekt en de triceps (antagonist) ingetrokken. Als iemand zijn onderarm buigt dan moeten de biceps zich spannen (onderstaande afbeelding). Als de biceps zich spannen dan volgen de triceps de beweging. Ze worden uitgetrokken en ontspannen weer. Als de de arm zich weer wil strekken dan moeten de biceps zich weer ontspannen, maar dit kunnen ze niet zelf. De triceps dienen als antagonist en spannen zich waardoor de biceps (de angonist) zich weer kunnen ontspannen.
external image 1.jpg?t=1267523600external image 2.jpg?t=1267523569