external image rozeQuiz1.gifexternal image rozeQuiz2.gifexternal image rozeQuiz3.gifexternal image rozeQuiz4.gifexternal image rozeQuiz5.gif
Dankzij de bloedsomloop kunnen voedingsstoffen en zuurstof door het lichaam heen vervoert worden. Bij het lopen van een marathon is het voornamelijk belangrijk dat er genoeg zuurstof wordt aangevoerd, daarom zal dit stuk zich richten op het vervoer.
Hieronder is een simpel schematisch model weergegeven van de bloedsomloop.
external image bloedsomloop.gif
In de longen wordt zuurstof opgenomen in de bloedvaten. De zuurstof bind zich aan hemoglobine dat zich in de rode bloedcellen bevind. Het zuurstofrijke bloed, in de meeste afbeeldingen aangegeven in het rood, wordt vervolgens naar het hart vervoerd. Het hart pompt het bloed door naar de organen (hoe dit in zijn werk gaat wordt later besproken). De organen nemen de zuurstof op voor de verbranding waardoor het bloed zuurstof arm wordt, in de meeste afbeeldingen aangegeven in het blauw. Het zuurstof arme bloed gaat weer naar het hart toe en wordt vervolgens naar de longen gepompt. Hier neemt het bloed weer zuurstof op en begint de cyclus weer opnieuw.

Het bloed.
Bloed bestaat uit een waterige, lichtgele vloeistof. Deze vloeistof noemen we plasma. De bloedvloeistof vervoert de voedingsstoffen voor cellen (dat zijn eiwitten, suikers, en vet) en de afvalproducten voor de verbranding.

external image bloed4.jpg

Er zijn rode en witte bloedcellen en de bloedplaatjes in het bloed.
external image bloed.jpg
De rode bloedcellen zijn; microscopische (dus zeer) kleine ronde schijfjes ze bevatten een rode kleurstof. Deze bloedlichaampjes vervoeren de zuurstof in het lichaam, dit doen ze door het eiwit hemoglobine. Het zuurstof bindt zich vast aan deze stof en zo kunnen de rode bloedcellen het zuurstof vervoeren.
Kenmerken rode bloedcel:

  • Bijna rond & kernloos
  • Hemoglobine
  • Vervoer O2 & CO2
Wordt gemaakt in:
  • Rode beenmerg
external image bloed2.jpg
De witte bloedcellen zijn; de cellen die het lichaam tegen infectie beschermen. Ze kunnen binnengedrongen ziektekiemen insluiten en onschadelijk maken.
Kenmerken witte bloedcel:
  • Celkern & protoplasma uitsteeksels
  • Korte levensduur
  • Onschadelijk maken van bacteriën en virussen
2 soorten witte bloedcellen
  • Granulocyten
  • Lymfocyten

Een granulocyt heeft meerdere kernen en een korrelig protoplasma.
Een bacterie scheid een stof af die de witte bloedcel naar de bacterie toe trek. Zo kan je een achtervolging krijgen van een bacterie en witte bloedcel.


De granulocyt is de witte bloedcel soort die bacteriën en virussen onschadelijk maakt door fagocytose. Fagocytose is de verteringsproces van de witte bloedcel. De witte bloedcel eet als het ware de bacterie op. De witte bloedcel gaat vaak dood bij fagocytose.

De stoffen die bacteriën aanmaken noemen we gifstoffen of toxinen. De witte bloedcellen kunnen deze onschadelijk maken door de productie van antitoxinen of antistoffen.
Granulocyten worden gemaakt in het rode beenmerg.

Een lymfocyt is kleiner dan een granulocyt. Ze hebben 1 celkern en geen gekorreld protoplasma. Een lymfocyt maakt antistoffen aan tegen de bacteriën, waardoor je de ziekte voor een langere of kortere tijd niet meer kunt krijgen. Je bent dan imuum voor die bacterie geworden.
Lymfocyten worden gemaakt in lymfeknopen en de milt.

external image bloed3.jpg
De bloedplaatjes; zorgen voor het stollen van het bloed. Kleine wondjes worden door dit stollen vanzelf gesloten.
Bloedplaatjes zijn de kleinste kernloze cellen die ons bloed bevat. Bloedplaatjes worden gemaakt in het rode beenmerg. Ze spelen een grote rol bij bloedstelping en bloedstolling.
De bloedstolling is een ingewikkeld proces en gaat als volgt;
  • Na een beschadiging van een bloedvat stroomt het bloed naar buiten.
  • Als reactie hierop trekt het bloedvat zich samen. De bloedplaatjes blijven aan de rand van de beschadigde wond kleven en gaan kapot. Daarbij komt de stof trombokinase vrij.
  • Trombokinase zet het stollingmechanisme in werking. Het is een enzym dat de stof protrombine omzet in trombine. Trombine is een stollingseiwit.
  • Trombine zet fibrinogeen om in fibrine. Fibrine vormt draden. Aan deze draden blijven grote bloedcellen kleven.
  • Het bloed stolt en vormt een korst.

De bloedvaten.

external image bloedvaten%20inzoom.jpg
Niet alle bloedvaten in het menselijk lichaam zijn gelijk aan elkaar. In de bovenstaande afbeelding kan je aders en slagders herkennen, maar er zijn bijvoorbeeld ook haarvaten. Hieronder is een animatie van hoe het er in een bloedvat ongeveer uitziet.


Slagaders.
external image slagader.jpg
Slagaders zijn bloedvaten die van het hart naar een orgaan of spier gaan. De belangrijkste slagaders is de aorta. Deze komt direct uit het hart en is zuurstofrijk. De aorta heeft veel vertakkingen die naar alle leiden organen en spieren leiden om hun zuurstof af te geven. Uitzondering is de longslagader, deze loopt ook van het hart naar de longen toe, maar deze gaat naar de longen toe om zuurstof op te halen en is zelf dus zuurstofarm!
Een slagader heeft een vrij dikke laag spieren waardoor deze in staat is om de klap die de wanden ontvangen van het pompen van het hart op te vangen zodat de wanden niet gaa scheuren. Dit is duidelijk te zien op de bovenstaan afbeelding.

Aders.
external image ader.jpg
Aders zijn bloedvaten die van een orgaan terugstromen naar het hart. De enige zuurstofrijke ader is longader, want in de longen wordt het zuurstof opgehaald. Voor de rest zijn de aders zuurstof arm.
De belangrijkste ader is de holle ader en is de tegenhanger van de aorta. Waar de aorta het meeste bloed van het hart naar de andere organen vervoert, brengt de holle ader alles weer terug in het hart. Het is de dikste ader in het menselijk lichaam en mondt uit bij het hart. Een andere speciale ader is de poortader. Deze ader loopt van de darmen naar de lever waar het bloed gereinigd kan worden. Het bloed gaat vervolgens door de leverader, naar de holle ader verder naar het hart.
In tegenstelling tot een slagader heeft een ader een veel dunnere wand, dit heeft te maken met de functie van de spierwand. Zoals al gezegd is de spierwand bedoelt om de klap op te vangen die het bloedvat ontvangt dor het pompen van het hart. Omdat aders verdervan het hart liggen en de klappen wordt geremd door de haarvaten (deze worden na de aders behandeld) hoeft de spierwand ook niet mer zo dik te zijn. Doordat de pompkracht van het hart verminderd is in de aders hebben deze echter wel een systeem nodig om ervoor te zorgen dat het bloed de goede kant op blijft stromen. Hiervoor zijn er de aderkleppen. Deze zorgen ervoor dat het bloed maar één kant op kan. De kleppen zijn zo gevormd dat het bloed wordt tegengehouden als het bloed de verkeerde kant opstroomt. Dit is duidelijk te zien in bovenstaande afbeelding. Op deze afbeelding zijn ook zieke kleppen te zien die het bloed de verkeerde kant op laat stromen.

Kenmerken van slagaders en aders
Slagaders
Aders
1. Het bloed stroomt van het hart weg.
1. Het bloed stroomt naar het hart toe.
2. Bij iedere hartslag zet de slagader even uit (hij klopt).
2. De ader klopt niet.
3. Slagaders liggen meestal diep in het lichaam.
3. Aders liggen dikwijls aan de oppervlakte.
4. De druk van het bloed is hoog.
4. De druk van het bloed is laag.
5. Bij een verwonding spuit het bloed eruit.
5. Bij een verwonding stroomt het bloed er langzaam uit.
6. De wand is dik.
6. De wand is dun.
7. Het bloed stroomt snel.
7. Het bloed stroomt langzaam.
8. Het bloed is zuurstofrijk.
(behalve in de kleine bloedsomloop)

8. Het bloed is zuurstofarm
(behalve in de kleine bloedsomloop)

9. Slagaders hebben geen kleppen.
9. Aders hebben kleppe.
10. Navelstrengslagader is zuurstofarm
10. Navelstrengader is zuurstofrijk

Haarvaten.
external image ADERS1.png
Haarvaten zijn extreem kleine bloedvaten die om de organen heen liggen. Zuurstof en verschillende voedingsstoffen kunnen uit de haarvaten worden opgenomen in het orgaan. Ook worden afvalstoffen afgegeven van het orgaan aan het bloed om uitgescheiden te worden. Haarvaten zitten als een soort net om de meeste organen heen en zitten overal in je lichaam, want overal in het lichaam is zuurstof nodig.

Naast de aders, slagaders en haarvaten hebben we ook nog andere verbindingen in ons bloedvatenstelsel.
- De anastomosen
- De eindarteriën
- De glomeruli
- Het poortaderstelsel

Anatomosen zijn verbindingen van bloedvaten: Slagaderlijke haarvaten onderling, aderlijke haarvaten onderling of tussen slagaderlijke haarvaten en aderlijke haarvaten.
Ze komen voor:
- in de huid
- in de gewrichten
- in de darmen
- in de spieren

Een eindarterie eindigt in het weefsel waar anatosomen ontbreken. Een eindarterie vertakt zich niet met andere slagaders of aders.

In de nierschors bevind zich het kapsel van Bowman. In dit kapsel bevinden zich kluwen van haarvaten, wat we de glomeruli noemen. De glomeruli is een slagader wat zowel in als uitstroomt, hierdoor is de druk hoger dan in gewone haarvaten.

Het poortaderstelsel is een aderlijk haarvatenstelsel van de lever. De leveraders voren het bloed van de lever af naar de onderste holle ader. Het bijzondere aan het poortaderstelsel is dat het zowel het aanvoerende als afvoerende bloedvaten aderlijk zijn.

We hebben twee bloedsomlopen in ons lichaam. Een grote bloedsomloop en een kleine bloedsomloop.
De kleine bloedsomloop begint bij de rechterkamer van het hart à longslagader à longen à longader à linkerboezem
De grote bloedsomloop begint bij de linkerkamer van het hart à aorta à halsslagader à hoofd à bovenste holle ader à rechterboezem
................................................de linkerkamer van het hart à aorta à organen à onderste holle ader à rechterboezem
external image Afbeelding1.gif