external image rozeQuiz1.gifexternal image rozeQuiz2.gifexternal image rozeQuiz3.gif
Zuurstofopname.

Zuurstof is cruciaal voor een goede prestatie! Er moet constant zuurstof worden aangevoerd bij de spieren, maar eerst moet er zuurstof worden opgenomen.
Zuurstofopame begint als er wordt ingeademd. Een inademing wordt in gang gezet door de longen. De bouw van de linker en de rechterlong verschilt een klein beetje. De linkerlong is kleiner dan de rechterlong omdat de linkerlong ruimte moet maken voor het hart. Door dit verschil in groote verschilt ook het aantal lobben per long. De rechterlong bestaat uit drie lobben en de linkerlong uit twee lobben. De lobben zijn verschillende delen van de long die allemaal hetzelfde werken.
Bij een inademing zetten de longen uit, dit is duidelijk te zien in onderstaande animatie.
external image tekening_longinhoud3.jpgexternal image buidademh.gif
De longen hebben zelf geen spieren, dus het uitzetten van de longen wordt door andere spieren bepaald. De spieren die deze beweging mogelijk maken zijn het middenrif en de tussenribspieren. De tussenribspieren kunnen de ribben bewegen Bij een inademing ontspannen de tussenribspieren zich en spant het middenrig zich, hierdoor zetten de longen uit. Bij een uitademing moeten de longen weer kleiner worden. Dan ontspant het middenrif zich en spannen de tussenribspieren zich. De beweging van het middenrif is duidelijk te zien in de bovenstaande animatie. In de bovenstaande afbeelding is naast de beweging vn het middenrif, ook de beweging van de ribben te zien.
Bij een inademing komt de zuurstof uiteindelijk in de longen terecht, maar daarvoor moet de zuurstof eerst nog langs andere plaatsen.

external image hdc_0001_0001_0_img0040.jpgexternal image epiglottis.gif
Zuurstof opname begint in de neusholte en de mondholte. Hier komt de zuurstof voor het eerst het lichaam in. Door de neus heen ademen is gezonder, omdar daar neusharen zitten die stof en andere stoffen uit de lucht zuiveren. Ook zit er een soort slijm, vaak snot genoemd, waar het vuil aan vast blijft zitten.
De zuurstof gaat van de mondholte naar de luchtpijp, ook wel de trachea genaamd. De luchtpijp ligt direct naast de slokdorm waar het voedsel door heen gaat om verteerd te worden. Om te voorkomen dat er voedsel in de luchtpijp is er een strotteklepje, ook wel de epiglottis genoemd. Als er wordt geslikt, dan sluit het strotteklepje de luchtpijp af. Dit is duidelijk te zien op de linker bovenstaande animatie. Rood is zuurstof, groen is voedsel.
external image luchtpijp.gif
In bovenstaande afbeelding is een tekening van een doorsnede van de luchtpijp te zien. In deze afbeelding is goed te zien dat er kleine haren in de luchtpijp zitten. Deze haren hebben een vergelijkbare functie met de haren in de neus. De haren in de luchtpijp zijn trilharen die vuil in de luchtwegen weer uit de luchtpijp verwijderen. Dit gaat met behulp van slijm dat zich eveneens in de luchtpijp bevind. Het vuil blijft vastzitten aan het slijm waarna de trilharen het slijm omhoog brengen. Als je hoest, dan komt er vaak slijm mee, dit is het slijm uit de luchtpijp.
Het tweede dat opvalt het kraakbeen. Om de luchtpijp heen zitten verschillende krakbeen ringen die de luchtpijp stevig houden en er ook voorzorgen dat deze goed open blijft. Het kraakbeen zit niet over de hele luchtpijp heen, maar de luchtpijp is omringd door verschillende kraakbenen ringen. Dit is duidelijk te zien in onderstaande afbeelding.

external image lungs.jpg
In bovenstaande afbeelding is goed te zien dat de luchtpijp zich in twee bronchiƫn splitst. Elke bronchie loopt naar een van de longen.
In de longen splitsen de bronchiƫn zich tot steeds kleinere takken. Door deze vele vertakkingen wordt het oppervlak waar zuurstof kan worden opgenomen vergroot.
Aan het einde van een tak bevinden zich longblaasjes.
external image tekening_longinhoud2.jpg
Bij een longblaasje wordt de zuurstof opgenomen in het bloed, hier wordt ook koolstofdioxide, een afvalstof van verbranding, aan de lucht in de longen afgegeven waarna deze wordt uitgeademd. Als de zuurstof is opgenomen in het bloed komt deze in de bloedsomloop terecht en kan deze gebruikt worden voor verbranding.
In onderstaande animatie is nog een keer duidelijk te samengevat in beeld wat er opdeze pagina is behandeld.